Aan het begin van zijn preek liet de Imam weten dat de voorschriften die ten grondslag liggen aan de moslimreligie praktische principes en fundamentele richtlijnen zijn, waarbij hij aandrong op de noodzaak om de koranverzen en de hadiths van de Profeet Sidna Mohammed, Gebed en Vrede zij met Hem, zeer serieus te nemen, en onze daden en houding te beoordelen aan de hand van deze religieuze voorschriften en aanbevelingen. Hij benadrukte vervolgens dat de Allerhoogste de mensen beveelt elkaar te helpen voor het goede en elke laakbare actie te vermijden, in overeenstemming met het vers uit de heilige Koran dat zegt: «Help elkaar bij het verrichten van goede werken en vroomheid en help elkaar niet bij zonde en overtreding. En vrees Allah, want Allah is zeker streng in straf». Het doel van de Islam is het bereiken van geluk en waardigheid van de mens dankzij harten vol rust, zuiverheid, geloof in God, zekerheid en verstandhouding.
De Imam merkte op dat wederzijdse hulp aangeboren is bij vele levende soorten, aangezien het de voorwaarde is voor de mogelijkheid van hun overleving en de realisatie van hun behoeften. Als de meest ontwikkelde van deze schepselen, moet de mens met zijn gelijke een samenwerking aangaan die veel dieper en uitgebreider is, omdat de rede waarmee hij is begiftigd hem voorbeschikt tot collectieve actie, die eveneens onmisbaar is vanwege de onderlinge afhankelijkheid die tussen mensen bestaat en zonder welke de gemeenschap het risico loopt in inactiviteit te vervallen en, bijgevolg, te falen in haar missie, die van het bevolken van de aarde. Daarom, zo drong hij aan, moet elke gelovige zich met zelfverloochening, vastberadenheid en op concrete wijze inzetten om deze wederzijdse hulp te implementeren door bij te dragen aan de realisatie van projecten, zoals moskeeën, scholen, universiteiten, ziekenhuizen, dammen, wegen, fabrieken, de strijd tegen sloppenwijken en de vervulling door ieder, of hij nu ambtenaar of arbeider is, van zijn plicht op een passende manier.
Volgens de Imam zijn de gebieden waar wederzijdse hulp tussen mensen wordt aanbevolen talrijk en gevarieerd en aangezien de mens zich er niet volledig in kan investeren, wordt hem met aandrang aanbevolen om prioriteit te geven aan wederzijdse hulp bij het realiseren van de belangen van de natie, een daad die voortaan wordt beschouwd als een opperste aanbidding en als een lovenswaardige actie, en die bovendien rijkelijk wordt beloond door de Allerhoogste. De Imam gaf anderzijds aan dat de Almachtige tegelijkertijd aanraadt aan de mensen om elkaar niet te helpen bij acties van overtreding van goddelijke heilige waarden en agressie tegen mensen, eraan toevoegend dat wat geldt voor wederzijdse hulp tussen individuen ook geldig is voor Staten, temeer daar samenwerking tussen landen de enige garantie is tegen het toevlucht nemen tot destructieve agressie.
Aan het einde van zijn preek smeekte de imam de Almachtige om steun en bijstand te verlenen aan Z.M. de Koning, Amir Al Mouminine, beschermer van de eredienst en de religie, om de Soeverein te behouden als bron van weldaden voor de Oemma en Hem te zegenen in de personen van Z.K.H. de Kroonprins Moulay El Hassan, Z.K.H. de Prins Moulay Rachid en alle leden van de illustere koninklijke familie. De imam verhief ook gebeden tot de Allerhoogste om wijlen Z.M. Hassan II en wijlen Z.M. Mohammed V te omringen met zijn heilige barmhartigheid en hen te verwelkomen in Zijn paradijs te midden van de Profeten, de heiligen en de deugdzamen.
Fournisseur / Bron : MAP